Zes jaar, drie ondervragingsgolven en 559 jongeren uit 90 tehuizen in 15 Duitstalige Zwitserse kantons: Met de studie «StePLife - Residentiële opvoedondersteuning in het persoonlijke leven» hebben onderzoekers van de Hogeschool voor Sociale Arbeid FHNW en de OST - Oost-Zwitserse Hogeschool voor het eerst in Zwitserland systematisch kinderen en jongeren in residentiële zorg gevraagd wat het «tehuis» voor hen betekent en hoe tevreden ze ermee zijn. Nu is de gegevensverzameling afgerond; de onderzoekers beginnen aan de diepgaande analyse voordat er volgend jaar verdere wetenschappelijke publicaties verschijnen.
Voor co-studieleidster Prof. Dr. Dorothee Schaffner van de Hogeschool voor Sociale Arbeid FHNW zijn de resultaten zowel verrassend als inzichtgevend: «We weten dat jongeren die tijdelijk in residentiële opvoedondersteuning verblijven, veel wisselingen moeten doormaken. Ze wonen tegelijkertijd op meerdere plekken met verschillende mensen. Op elke van deze plekken moeten ze sociale en ruimtelijke verbondenheid creëren, want verbondenheid is een basisbehoefte. Als ze daarin slagen, verhoogt dat hun algehele welzijn - dat laten de gegevens duidelijk zien. We moeten hen daarom absoluut ondersteunen bij het creëren van verbondenheid.»
Binnen de algehele resultaten zijn al drie duidelijke vaststellingen te doen.
Het «thuis» heeft meer dan één adres Voor de overgrote meerderheid van de jongeren is de woongroep slechts een van de vele plekken waar ze wonen. StePLife toont aan: 83 procent woonde bij de eerste ondervraging naast het «tehuis» nog op minstens één andere plek. Meestal was dat bij de moeder, beide ouders of de vader. Sommige jongeren hadden vier woonplekken, enkelen zelfs nog meer.
Al deze plekken beïnvloeden hoe het met de jonge mensen gaat. Hierbij gaat het zowel in het tehuis als op de andere «thuizen» niet alleen om de fysieke plek, maar vooral ook om de mensen die daar met hen leven. Dorothee Schaffner vat dit resultaat samen: «Het wordt moeilijk als het niet lukt om verbondenheid in het ‘tehuis’ te creëren, of als het gevoel van verbondenheid op geen enkele plek kan ontstaan - dan is het welzijn van de jongeren lager. We moeten daarom beter begrijpen hoe en waar verbondenheid wordt gecreëerd. En we moeten de relevante plekken en netwerken van jongeren betrekken - ook die buiten het ‘tehuis’, want ze zijn belangrijk. De studie toont ook indrukwekkend aan, dat vak- of referentiepersonen in het tehuis weliswaar belangrijk zijn voor de ondersteuning, maar vaak minder betekenisvol in termen van verbondenheid. Dat moet in acht worden genomen, wanneer we nadenken over de rol van de vakmensen.»
Wie belangrijk is, woont niet noodzakelijk in het tehuis Naast de woonplek speelt de sociale verbondenheid een grote rol voor het welzijn. Gemiddeld noemen de bevraagde jongeren zes personen die voor hen belangrijk zijn. Opvallend: De meeste van hen wonen niet met hen in het tehuis, maar daarbuiten, het zijn dus familieleden, verwanten of vrienden.
Bijzonder opmerkelijk is dat ook dieren tot de belangrijke relaties behoren. Soms zijn ze voor de jongeren zelfs belangrijker dan de vakmensen die hen in het tehuis begeleiden, weet Dorothee Schaffner: «Een jongere vertelde over veel conflicten in de oorsprongsfamilie, over schendingen van integriteit en pesterijen op school. Vanuit zijn perspectief is er nauwelijks te vertrouwen op mensen. Voor hem staan dieren op de eerste plaats: Ze accepteren hem zoals hij is, ze maken geen ruzie, zijn blij met de aandacht en lijken hem positieve gevoelens te geven. Zo zoekt hij ook op andere woonplekken contact met dieren.»
Overgangen horen erbij, maar verlopen niet voor iedereen gelijk Geen leven in residentiële zorg verloopt zonder wisseling. Zo verhuizen sommige jongeren tijdens hun verblijf naar een andere woongroep of een ander «tehuis», voor sommigen staat na het verblijf in het tehuis de verhuizing naar de eerste eigen woning voor de deur, meer dan de helft keert echter terug naar de familie.
Terwijl deze overgangen voor de meeste geen groot probleem vormen, zijn ze voor ongeveer een kwart van de ondervraagde jongeren zeer veeleisend. Het wordt vooral uitdagend als bij de wisseling belangrijke relaties en ondersteuning verloren gaan. Dorothee Schaffner vat samen: «Voor alle jongeren is het belangrijk om de overgang uit het tehuis goed te plannen en voor te bereiden, want dat kan behoorlijk veeleisend zijn. We weten uit onderzoek naar Care Leavers, dat het vooral bij de overgang naar zelfstandig leven belangrijk is om behoeftegerichte ondersteuning te bieden. En de studie toont aan dat een kwart van de ondervraagde jongeren daar grote moeilijkheden mee heeft.»
StePLife maakt zichtbaar: Het tehuis is een belangrijk onderdeel in het leven van jongeren, maar niet alles. Dorothee Schaffner brengt het kernachtig op een punt: «Belangrijk zijn ook de context, het ervoor en het erna.»
De studie in het kort Titel: StePLife - Residentiële opvoedondersteuning in het persoonlijke leven. Gedragen door: Hogeschool voor Sociale Arbeid FHNW en OST - Oost-Zwitserse Hogeschool. Leiding: Prof. Dr. Dorothee Schaffner (FHNW), Prof. Dr. Stefan Köngeter (OST, nieuw Universiteit Hamburg). Looptijd: 2021-2026. Financiering: Zwitserse Nationale Wetenschapsraad SNF. Steekproef: 559 jongeren (12- 17 jaar) uit 90 instellingen in 15 Duitstalige Zwitserse kantons. Methode: Kwantitatieve longitudinale studie met drie ondervragingsgolven (2022/2023/2024) en 29 biografisch-narratieve interviews.
Link naar projectpagina www.steplife.ch
Contact Hogeschool Noordwest-Zwitserland FHNW Hogeschool voor Sociale Arbeid Prof. Dr. Dorothee Schaffner Professor aan het Instituut voor Kinder- en Jeugdzorg (focusgebied «Overgangen van jongeren naar werk en zelfstandig leven»
Hofackerstrasse 30
4132 Muttenz
T +41 61 228 59 35
M: dorothee.schaffner@fhnw.ch
www.fhnw.ch/sozialearbeit
Meer informatie op www.fhnw.ch
De Hogeschool voor Sociale Arbeid FHNW De Hogeschool voor Sociale Arbeid FHNW met vestigingen in Olten en Muttenz is lokaal en regionaal geworteld, internationaal verbonden en breed erkend in haar prestaties op het gebied van onderwijs, onderzoek en dienstverlening. In haar onderzoek- en ontwikkelingsfocus «Sociale Innovatie» analyseert, initieert en begeleidt zij innovatieprocessen in samenwerking en uitwisseling met de praktijk. Zij bevordert daarmee de professionalisering van het sociaal werk en draagt aanzienlijk bij aan het begrip en de innovatieve aanpak van sociale problemen en maatschappelijke uitdagingen.
Meer informatie op www.fhnw.ch/hsa
Hogeschool Noordwest-Zwitserland FHNW
Dominik Lehmann
Hoofd Communicatie FHNW
Bahnhofstrasse 6
5210 Windisch
T +41 56 202 77 28
dominik.lehmann@fhnw.ch
www.fhnw.ch
