Op 14 juni stemt Zwitserland over het duurzaamheidsinitiatief ('Geen 10-Miljoen-Zwitserland'). De Landbouwkamer van de Zwitserse Boerenbond (SBV) besprak dit vandaag. De leden wogen verschillende argumenten tegen elkaar af.
Onomstreden is dat de jaarlijks groeiende bevolking ruimte nodig heeft om te wonen, te werken en voor infrastructuurprojecten, wat druk uitoefent op de al sterk gekrompen landbouwgebieden. Bovendien neemt met de bevolkingsgroei de afhankelijkheid van het buitenland met betrekking tot voedselveiligheid toe. Bijgevolg daalt de zelfvoorzieningsgraad gestaag. Aan de andere kant is de Zwitserse landbouw afhankelijk van buitenlandse arbeidskrachten. Vandaag de dag werken er meer dan 50.000 niet-gezinsleden op Zwitserse boerderijen. Naar schatting komen ongeveer 35.000 personen of 70 procent uit de EU. Het opzeggen van de vrijemarktbewegingsovereenkomst zou hun beschikbaarheid in twijfel trekken. Omdat er verschillende perspectieven zijn, ondersteunde vandaag een meerderheid van de leden van de Landbouwkamer stemvrijheid. Omdat de tweede stemming op 14 juni - de wijziging van de dienstplichtwetgeving - vanuit een landbouwkundig oogpunt verschillende aspecten heeft, was er ook hier stemvrijheid.
Landbouwverordeningspakket 2026
De Landbouwkamer heeft verder de uitspraak van de SBV over het verordeningspakket van dit jaar aangenomen. Een kerneis is de aanpassing van de methode voor het berekenen van het vergelijkbaar inkomen. De SBV eist dat in de verordening over de beoordeling van de duurzaamheid in de landbouw de mediaan van het agrarisch arbeidsloon wordt gebruikt met de mediaan van de inkomens in andere sectoren. Het gebruik van het derde kwartiel - zoals het voorstel aangeeft - is geen houdbare vergelijkingsbasis. Integendeel, het leidt tot een vertekening van de inkomens in de landbouw en tot een systematische overschatting van de economische situatie van landbouwbedrijven. Deze beschouwing suggereert bovendien dat alleen de best presterende 25 procent van de landbouwbedrijven duurzaam werkt en economisch efficiënt is. Verder eist de Landbouwkamer dat het uurloon van gezinsarbeiders ook als kengetal wordt meegenomen. Dit houdt naast het inkomen ook rekening met de daarvoor bestede arbeid.
